Er is tegenwoordig van alles te koop waarvan we eigenlijk moeten zeggen: ‘Doe dat nou niet – dát zou niet te koop moeten zijn’. Voorbeeld? Het presidentschap van de Verenigde Staten.
Wat maakt dat we van een ‘gezonde economie’ zouden kunnen spreken? Economische groei? Stijging van de arbeidsproductiviteit? Een sterke concurrentiepositie? - Driemaal ‘nee’.