Laten we proberen tot de kern te komen
Onze pogingen de sociale werkelijkheid te vatten gaan mank aan een onderliggend gebrek aan denkkracht. We denken in kaders die niet meer aansluiten bij het stadium waarin we verkeren. – Dat verhindert elk streven om welk vraagstuk dan ooi in een positieve richting te bewegen.
Machtsstructuren om ons heen en machteloos denken in ons innerlijk verdelen mensen in groepen, plaatsen groepen tegenover elkaar, splijten groepen nog weer verder uiteen.
Wie zich aangesproken voelt door een typering die hem tot deel van een groep bestempelt heeft nog huiswerk te doen. Ergens in onszelf kunnen we ervaren dat we als het erop aankomt individu zijn, op eigen benen staan, zelf richting kunnen bepalen. Misschien behoren we ook tot een volk, een nationaliteit, een geloof, ras, sekse of sociale klasse. Maar ‘behoren tot’ is iets anders dan ‘zijn’.
Ieder van ons kan zichzelf ervaren als een uniek individu, anders dan alle anderen. Wie dat ervaren heeft, kan proeven hoe armzalig en gebrekkig het is om te denken in groepen. Dat armzalige en gemankeerde denken raakt de werkelijkheid niet, kan niet het instrument zijn voor het begrijpen van de wereldwijde sociale chaos – en kan dus ook de uitweg uit die chaos niet vinden.
Het is de kern van het mens-zijn die ons hiervan bewust kan maken en die ons doet beseffen dat in elk ander mens ook zo’n kern huist. Dát is het besef dat de mogelijkheid ontsluit om van mens tot mens te bouwen aan een sociaal weefwerk dat een einde maakt aan de chaos.