We hebben met een nog veel groter probleem te maken

Rudolf Steiner had niet zoveel op met de parlementaire democratie zoals die in zijn tijd in Europa was ingericht – en zoals die nu, afgezien misschien van wat cosmetiek, nog steeds is ingericht. Van politieke partijen en hun partijprogramma’s verwachtte hij weinig heil en dat had niets te maken met hun politieke richting.

Er moeten grenzen zijn aan de zeggenschap van de staat; democratie moet gebaseerd zijn op gelijkheid en kan zich daarom slechts bezighouden met díe vraagstukken waarover allen oordeelsbekwaam zijn.
Het is kort door de bocht verwoord, maar hierin ligt de kern van Steiners bezwaren tegen de parlementaire democratie zoals wij die kennen.

Dat wordt hier nu niet verder uitgewerkt (kijkt u maar elders op deze website), want dit wil alleen maar een kleine observatie bij de actualiteit zijn. En tevens een illustratie van het voorafgaande.

Kijkt u eens naar de problemen rond de asielopvang en naar hoe dit vraagstuk in het parlement behandeld werd en wordt. Mogelijk is uw blik gekleurd door uw eigen politieke voorkeur. (Dat  is jammer, want elke voorkeur verhindert u in een zaak als deze helder te zien). Maar als u tóch even goed wilt en kunt kijken… dan ziet u helder en onmiskenbaar dat politieke partijen in dit vraagstuk consistent voor hun eigen belang kiezen en niet voor het oplossen van het probleem. (Dit geldt in elk geval… voor een meerderheid van de politieke partijen).

Hetzelfde geldt ook voor andere, juist de grotere vraagstukken waarmee we te maken hebben. Zo hebben we, naast alle ons bekende actuele grote problemen, nog te maken met een veel groter probleem: dat van het disfunctioneren van de parlementaire democratie.

(jh)