Woordgekletter
Te bepalen waar je staat ten opzichte van de ontwikkelingen in de wereld is niet zo eenvoudig. De tijd is vol tegenstellingen en de woorden die we gebruiken lijken een vloeiende betekenis te krijgen. Ze betekenen niet zo veel meer.
Want wat is links en wat is rechts? Progressief of conservatief, woke of niet. Waar ben je eigenlijk vóór als je een Trump-aanhanger bent en waar ben je tegen als je Poetin een engerd vindt? Wat is een zionist en wat is een antisemiet?
Dit soort tegenstellingen maken niet veel meer duidelijk. Ze dienen nog voornamelijk om de ander te framen. De woorden om ze uit te drukken, zijn vooral middelen in de strijd. Het zijn geen woorden meer die iets zeggen over de sociale werkelijkheid.
Naar de achtergrond gedrukt door al dit woordgekletter leeft in de mens het verlangen naar de mogelijkheid zich te ontplooien; naar het meebouwen aan een fatsoenlijk stelsel van wetten, rechten en regels; naar een leven dat niet gebukt gaat onder de zorg voor het dagelijks bestaan.
Het zijn heel menselijke verlangens die kunnen worden uitgedrukt in woorden waarmee we elkaar zouden kunnen verstaan, die duidelijk maken waar we staan en vooral: in welke richting we het moeten zoeken.