Manfred Klett

Biologisch-dynamische landbouw en het sociale organisme

Alle symptomen van deze tijd wijzen op de dringende noodzaak van een nieuwe natuurlijke orde en een nieuwe, het hele leven van de mensen omvattende sociale orde. De mens die zijn eigen geestelijk wezen en hierdoor ook zijn ontwikkelingstaken niet kent, neigt ertoe om wanorde te scheppen.

Het is juist de zelfkennis die ons de ogen kan openen voor een ordeningsprincipe dat evengoed voor de natuur geldt als voor de vormgeving van het sociale leven. Dit is de antropologische ontdekking van Rudolf Steiner: de driegeleding van het menselijk organisme in zenuw-zintuigstelsel, ritmisch systeem en stofwisselings-ledematensysteem. Alles wat ik tot hier toe heb beschreven en wat nog volgt, is daarop gebaseerd. Rudolf Steiner probeerde in de chaos na de Eerste Wereldoorlog het sociale leven door de nodige instellingen in de functionele drie-eenheid van geestes-, rechts- en economisch leven te structureren. Elk van deze geledingen moest zich autonoom en tegelijkertijd in een levendige wisselwerking met de andere kunnen ontwikkelen en tot een hoger geheel van het sociale organisme verenigen.[1] Hij rekende toen op een onbevooroordeelde houding van de arbeiders, het in de kapitaalgestuurde industrie gebannen proletariaat. Deze groots opgezette poging mislukte, zoals boven uiteengezet, om diverse uitwendige redenen. De toen nog in de landbouw werkzame mensen (ca. 40%) waren niet op dezelfde manier door het sociale vraagstuk geraakt. De enkelingen die tegenwoordig nog over zijn (ca. 2%), zijn dat in hoge mate. Ja, de landbouw is wereldwijd tot een sociaal probleem voor de hele maatschappij geworden. En wat blijkt nu: overal waar tegenwoordig biologisch-dynamische landbouw wordt beoefend, gaan van het bedrijf krachten uit die invloed hebben op het sociale leven eromheen. Deze krachten groeien op een organische manier en tonen een groot potentieel; ze moeten echter als zodanig in hun richting onderkend, bewust gestructureerd en krachtig vormgegeven worden. Dit is alleen mogelijk door middel van instellingen die verder reiken dan de grenzen van de boerderij. Waar dergelijke instellingen in aanzet worden gevormd, blijkt algauw dat ze alleen vruchtbaar zijn als de betrokken personen zich ervan bewust worden op welk van de drie gebieden ze hun vaardigheden en activiteiten met betrekking tot de landbouw willen en kunnen inbrengen: op geestelijk, juridisch en/of economisch gebied. Het bewust in praktijk gebrachte principe van de driegeleding van het boerderijorganisme kan in het vervolg maat en richting geven aan het algemene sociale leven.

 Want als je het goed bekijkt, staat de landbouw in verband met alle gebieden van het maatschappelijk leven. Hij staat niet alleen aan het begin van de creatie van toegevoegde waarde uit de levende en bezielde natuur en zorgt voor voedsel en grondstoffen, maar hij vormt het gezicht van de aarde en de leefruimte voor plant, dier en mens in de cultuurlandschappen. Daarnaast geeft hij de wetenschappen overvloedig aanleiding om de te nauw geworden grenzen van hun methodiek te verruimen om grip te krijgen op de fenomenen van het levende. De landbouw creĆ«ert waarnemingsruimtes die de esthetische blik bevredigen, en schept gelegenheid tot nieuwe vormen van beleving. Voor een verdiept religieus gevoelen ontsluit hij een ruim terrein van ethisch handelen. Ten slotte schept een landbouw die op het organismeprincipe is gebaseerd, de voorwaarden voor een weeropleving van de verwerkende ambachten en hun opname in grotere samenwerkingsverbanden.

 [1] Zie hierover onder andere Rudolf Steiner: Die Kernpunkte der sozialen Frage, GA 23, Dornach 1976; in het Nederlands: De kernpunten van het sociale vraagstuk, Steinervertalingen 2004; en: Zu sozialen und wirtschaftlichen Fragen der Gegenwart, GA 332b, Dornach 2020.

Deze tekst is afkomstig uit: Van agro-industrie naar landbouwkunst. Karaktertrekken van de biologisch-dynamische landbouw. Een landbouw voor de toekomst. Nearchus | Kolisko, ISBN 9789492326935 (2024)