De opgave van de economie
Ooit las ik (maar waar ook alweer?) dat de economie veel te belangrijk is om aan economen te worden overgelaten. Zo’n snedige formulering heeft altijd wel iets in zich dat waar is. Zoals het ook waar is dat er waarschijnlijk geen econoom is die werkelijk meent de economie in zijn greep te hebben, of ons vandaag met zekerheid te kunnen zeggen hoe de economie het morgen doet.
En als het ons duidelijk is dat ieder van ons als consument, en mogelijk ook als werker in de economie, dagelijks handelingen verricht (zoals: boodschappen doen), of juist niet, die een effect in de economie hebben, komt daarmee ook het besef dat de economie, als veld waarin onophoudelijk ontelbare menselijke handelingen en keuzes tot uitdrukking komen, een nauwelijks te overzien en te doorgronden gebied is.
Ieder van ons is (ook) deel van de economie en dat maakt dat de economie als wetenschap zo ‘moeilijk’ is; het object dat te onderzoeken is, is niet buiten ons, we kunnen er niet van buitenaf naar kijken. De economie is overal om ons heen en dat wat in ons leeft vertaalt zich vaak in een economisch feit.
Dat kan een nadere uitnodiging zijn om de economische werkelijkheid, die ook deel van onze eigen werkelijkheid is, te bevragen en te begrijpen. Daarbij geldt natuurlijk dat ‘domme’ vragen niet bestaan; zogenaamd domme vragen stellen vaak onuitgesproken vanzelfsprekendheden op de proef en dagen uit de dingen nog eens nieuw en fris te overdenken. Je zou haast zeggen: wat jammer dat we tegenwoordig allemaal zo bijdehand zijn dat we geen domme vragen meer durven te stellen.
Ooit, in de pauze van een bijeenkomst waar het over economie ging, vroeg iemand mij eens besmuikt: ‘Maar wat is nou eigenlijk het doel van de economie?’ - Wat een geweldige domme vraag! Ik heb er sindsdien meermaals over gemijmerd en dat bracht mij geleidelijk tot het volgende mogelijke antwoord, dat in drieën uiteenvalt.
Eén
Doel van de economie is om ons (alle mensen) te voorzien van alle materiële zaken die wij in het dagelijks leven nodig hebben, zoals voeding, kleding, een dak boven ons hoofd enzovoort.
Twee
Doel van de economie is ook: niet alleen de fysiek-materiële behoeften van de mens te vervullen maar ook een zodanige waarde (welvaart) te realiseren, dat andere menselijke behoeften eveneens kunnen worden vervuld, zoals die aan onderwijs, gezondheidszorg, kunst en cultuur, de rechtsstaat. (Let wel, dit betekent niet dat de economie zélf deze behoeften vervult maar dat in de economie zoveel waarde wordt geschapen dat anderen - werkzaam in het geestesleven of in de rechtsstaat - deze taken op zich kunnen nemen.)
Drie
Doel van de economie is onze planeet, de aarde, te verzorgen opdat deze de mensheid zo lang zij bestaat als thuis, als bestaansbasis en als bron van levenskracht kan dienen. - Misschien dat dit doel van de economie u verrast? Maar als de economie de zorg voor de aarde niet in haar activiteit integreert, wie zal dat dan, en waar en wanneer doen? De praktijk nú is anders, inderdaad, want het is juist de economische praktijk van alledag die de aarde schaadt. Die praktijk moet dus plaatsmaken voor een nieuwe praktijk…
Nu zijn we vaak geneigd, als een vraag eenmaal beantwoord is of lijkt, het ‘dossier te sluiten’. Als het gaat om vraagstukken die betrekking hebben op het menselijk samenleven, is dat niet verstandig. Díe vraagstukken kennen namelijk geen definitief antwoord - omdat ze zelf steeds aan verandering onderhevig zijn. En ook omdat ze vanuit verschillende perspectief onderzocht kunnen worden.
Zo kom ik, verder mijmerend over deze drie doelen van de economie nog tot een ander perspectief, een ander gezichtspunt over het doel van de economie, waarin de drie hiervoor genoemde doelen samenkomen: het ware en meest essentiële doel van de economie is het scheppen van de voorwaarden die de mens in staat stellen zijn mens-zijn tot volle ontplooiing te brengen, in de ruimste zin van het woord.
Oorspronkelijk gepubliceerd in: Driegonaal, jrg.37, nr.3 (februari 2021)