John Hogervorst

Kapitaal

De bron van kapitaal ligt in de menselijke geest. Een goed idee dat het samenwerken verbetert, een inzicht dat tot meer efficiency leidt, een uitvinding die de productiviteit doet stijgen, een aanpassing die tot een lager gebruik van grondstoffen leidt – het zijn voorbeelden van hoe menselijke creativiteit tot het vormen van kapitaal leidt.

Wanneer kapitaal eenmaal ontstaan is, heeft het als eigenschap dat het dáár kan worden ingezet waar het, in combinatie met ondernemerschap, tot nieuwe productiviteit en daarmee tot de aanwas van nog meer kapitaal kan leiden.
Dus: kapitaal ontstaat als vrucht van de werkzaamheid van de menselijke geest – en als het er eenmaal is, maakt kapitaal het mogelijk dat menselijke talenten en vaardigheden (ondernemerschap) tot ontplooiing kunnen worden gebracht.
In de economische werkelijkheid is het bij het ontstaan van kapitaal altijd zo dat er veel mensen bij betrokken zijn. Het kán zo zijn, dat ‘het briljante idee’ bij één mens ontstond. Maar tegen de tijd dat, door het toepassen van dat idee, het kapitaal zich vormt, hebben daar veel anderen aan bijgedragen. De geboorte en het laten groeien van ‘het briljante idee’ is ook altijd ingebed in een maatschappelijke orde met een bepaald niveau van onderwijs, scholing, wetenschap, infrastructuur, enzovoort. Daaruit valt af te lezen dat kapitaal altijd de vrucht van de inzet van velen is.
Daar kunnen we een volgende, logische gedachte aan vastknopen: dat wat de vrucht van het werk van velen is, zou ook in hun gemeenschappelijk belang moeten worden ingezet.
Een praktische vertaling hiervan is dat bedrijven ‘van zichzelf’ moeten zijn: dat zij zich richten op het leveren van een goed product of een deugdelijke dienst; dat zij daarvoor een eerlijke prijs rekenen; dat zij kapitaal dat in het bedrijf ontstaat dáár inzetten waar het vruchtbaar werkt; en dat het bedrijf steeds kan worden voortgezet door degenen die het op een goede manier kunnen leiden.