Tot ons recht komen
De kiemen van het recht liggen ergens in het wezen van de mens besloten. Zij kunnen zich al roeren voordat er in de mens gedachten over recht leven. Zoals een klein kind kan beleven dat het niet eerlijk is als een ander kind wordt gepest, of als schuldige wordt aangewezen terwijl het dat niet is. –
In het opgroeien worden deze kiemen behoed en gevoed, bijvoorbeeld door beelden die in sprookjes of verhalen voorkomen of door het voorbeeld van degenen die het kind opvoeden en begeleiden.
Hier raken we weer eens aan het belang van het vrije geestesleven. Leraren die - geworteld in hun ervaring en kunde, in samenwerking met de collega’s, in verwondering voor wat in het opgroeiende kind tot wasdom wil komen – in een autonome, door henzelf vorm en inhoud gegeven samenwerking (’school’) met de kinderen kunnen werken, dragen bij aan het ‘heel houden’ van het rechtsgevoel bij de kinderen; bepaald geen overbodige franje in deze tijd. En uit dat rechtsgevoel ontwikkelt zich dan later het rechtsbewustzijn: het denken over het vormgeven van de menselijke verhoudingen in de samenleving; het denken over de vraag wat de mens als mens toekomt – in overeenstemming met wat in het rechtsgevoel leeft.
Wat maakt de mens tot mens?
Het recht is er voor elk mens.
Elk mens komen rechten toe, domweg omdat hij mens is.
Recht is wat elk mens toekomt omdat ik het ook mijzelf zou willen toekennen.
Het recht van de ander is mijn recht.
Ieder mens wordt geboren met een aanleg tot een rechtsgevoel. Naarmate hij in vrijheid opgroeit, zal dit rechtsgevoel zich ontwikkelen. De vrijheid van het geestesleven biedt de optimale context om het rechtsgevoel te verzorgen en om een rechtsbewustzijn te ontwikkelen. Het rechtsbewustzijn vormt op zijn beurt de context voor het onderzoekende gesprek waaraan allen kunnen deelnemen die betrokken willen zijn bij het vormen van het recht: het onder woorden brengen van wat men in de verhouding van mens tot mens als recht wil hanteren. Het slotstuk van dit proces is de uiteindelijke besluitvorming: het stemmen over het al dan niet aannemen, of aanpassen, van wat als recht of regel zal gelden. Daarmee zijn we in het rechts- of staatleven beland, waar ieder van ons in gelijkheid aan de besluitvorming kan deelnemen.
En daar zullen we, als het goed is, nooit klaar mee zijn. Omdat wetten en regels betrekking hebben op wat in en tussen mensen leeft, en omdat het menselijk leven voortdurend in ontwikkeling is, zal die levende ontwikkeling steeds in nieuwe of bijgestelde wetten en regels moeten worden beschreven.
Deze tekst werd eerder gepubliceerd in Driegonaal, jrg.40, nr.4/5, mei 2026