Rudolf Steiner

Waar te beginnen: met de mens of met diens omstandigheden?

“Als je de mensen betere levensomstandigheden geeft, worden zij vanzelf beter.” - Dit liedje horen we keer op keer en in alle variaties als het gaat over de tegenwoordige verhoudingen op het gebied van werk en inkomen. Als er iets niet klopt, denkt men niet dat het aan de mensen ligt, maar dan wordt gezegd dat er een nieuwe wet moet komen om de situatie te veranderen.

(…) Dit materialisme, dat uit de atomistische manier van denken werd gehaald en is overgebracht naar de sociale verhoudingen, is diep verankerd in ons hedendaagse denken. Velen discussiëren over zulke dingen, maar dat leidt alleen maar tot eindeloze debatten. Wie het geheim van de kunst van het discussiëren kent, weet dat over de betekenis van de mens eindeloos kan worden gediscussieerd. Maar het gaat er niet alleen om dat men eindeloos redenen voor of tegen kan aanvoeren, maar ook dat men het gewicht van de redenen kan aanvoelen. Iemand die geroepen was om op dit gebied te oordelen, omdat hij een geniaal man was, is de Engelsman Robert Owen.6) Hij was briljant omdat hij mensen gelukkig wilde maken, maar ook omdat hij zich met hart en ziel bekommerde om de sociale ellende. Het lukte hem om welhaast een modelkolonie te creëren, waar hij geweldige dingen heeft bereikt. Hij pakte de dingen slim aan, bijvoorbeeld door degenen die aan de drank verslaafd waren een plek tussen de hardwerkende mensen te bieden, die hen als voorbeeld dienden. Zo werden er veel goede resultaten geboekt. Dit moedigde Owen vervolgens aan om een ​​andere kolonie te stichten. Wederom deed hij het op zo'n manier dat hij bepaalde idealen wilde realiseren die hem vervulden. Maar na een tijdje was de ontwikkeling in de kolonie zodanig dat hij moest inzien dat degenen die geen ijver en geen arbeidslust hadden, parasieten van de kolonie werden. Toen zei hij tegen zichzelf: Nee, - en het was als een bekentenis: - men moet wachten met het vormen van algemene instellingen totdat mensen, zoals hij zelf, een bepaald theoretisch niveau hebben bereikt. Redding en vooruitgang kunnen alleen komen door de transformatie van de menselijke ziel, nooit door louter instellingen. - Dat werd gezegd door een man die dit mocht zeggen, omdat hij uitging van een zienswijze bezield door een warm hart en door ervaring wijs geworden was. Men moet leren van dergelijke feiten, niet van abstracte theorieën. Maar wat zegt een innerlijk en levensvatbaar denken op dit gebied? Nauwkeurig en levensvatbaar denken op dit gebied, laat ons zien dat alle instellingen die onderdrukkend werken en verschrikkelijke gevolgen kunnen hebben, door mensen zijn gemaakt. Menselijke instellingen, die ellende en narigheid bewerken, ontstaan ​​alleen maar omdat ze eerst door mensen zijn gemaakt. Wie de dingen echt wil doorzien, moet proberen de loop van de geschiedenis te bestuderen, te bestuderen hoe mensen tegenwoordig samenleven, hoe de ene mens zó, en de andere mens zó in het leven wordt geplaatst. Wie heeft ze daar neergezet? Geen vage maatschappelijke krachten, maar menselijke gedachten, menselijke gevoelens en menselijke wilsimpulsen. We moeten het een keer uitspreken: de mens kan alleen door de mens lijden. Al het andere leed is eigenlijk niet maatschappelijk relevant.

Dit is een fragment uit een voordracht van 12 maart 1908 (in het Nederlands verschenen onder de titel Werk en inkomen, Nearchus 2023)