Onderwijzen in vrijheid
Hendrik Brandsma was 23 jaar leerkracht in de school die hij samen met zijn vrouw en de eerste oudergroep oprichtte: Staatsvrije Vrijeschool Anfortas. Als leerkracht in vrijheid werken, om optimaal te kunnen inspelen op de ontwikkelingsbehoefte van de kinderen was voor hem noodzaak.
Fragmenten uit een interview dat Anne van Ginkel met hem had.
Staatsvrij Vrijeschool onderwijs is onderwijs dat vrij gegeven wordt door de leerkracht, zonder enige bevoogding van buitenaf, d.w.z. de staat, inspectie of ouders. In ons geval vanuit de antroposofie. Het betekent dat de leerkracht de zich ontwikkelende zielen van de kinderen voortdurend met zich meedraagt en bij het werken de wil van het kind vrijlaat.
Als ik een opdracht geef aan een kind, mag dat kind vervolgens alles doen wat volgens hem of haar binnen die opdracht past, ook al past dat mij als leerkracht niet, of doet het kind totaal iets anders dan wat ik had verwacht. Uit wat het kind vervolgens doet kun je de vervolgstap in diens ontwikkeling zien. Je probeert te lezen wat het kind vraagt, zodat het in de volgende periode daarop kan bouwen met zijn wil die vrijgelaten is.
In het regulier intellectueel onderwijs wordt de gevoelsontwikkeling afgedicht doordat de leerkracht zich laat leiden door opdrachten vanuit de school of het rijk, bijvoorbeeld toetsen die gehaald moeten worden. Maar uit het gevoelsleven komt het rechtsgevoel voort bij een kind. Dat is dan verzwakt of kan niet tot ontwikkeling komen. Dat geldt voor elke vorm van traditioneel onderwijs.
(…)
De ouders zorgden voor de materiële instandhouding van de school. Bij het aannemen hielden we twee gesprekken met ouders. Na het eerste gaven we ze de papieren mee, documenten over de structuur van onze Staatsvrije School. In deze stukken stond precies wat we beoogden, hoe we werkten, wie waarvoor verantwoordelijk was, wanneer er ouder- en andere bijeenkomsten waren, et cetera. Ouders moesten het er volledig mee eens zijn. Andersom vroegen wij van hen een biografie van het kind, om een idee te krijgen: past dit kind in de groep? En de groep bij het kind? We vroegen ook aan ouders: wat wil je voor jouw kind van de school?
(…)
We maken een duidelijk onderscheid tussen verantwoordelijkheid van ouders en de verantwoordelijkheid van leerkrachten. Er is een zevende klas, we maken de ontwikkelingsfase van 7 tot 14 jaar af. De leerkrachten studeren. We hebben geen toetsen, testen en proefwerken. Het dagbegin is van cruciaal belang, bijvoorbeeld een maand lang jongleren, dat leidt ze langzaam in de periodes.
We maakten ook voor elk kind jaarlijks een getuigschrift. Daar stond dan niet in hoe goed een kind is in Engels of rekenen, maar zaken over de zielsontwikkeling. Over denken, willen en voelen.
In de leeftijd van 7 tot 14 jaar bouwt een mens zijn etherlichaam op, dus dat was een belangrijk gegeven voor Anfortas. Een gezond etherlichaam creëer je door het kind diep lief te hebben, met al z’n neigingen en gewoontes. Consequent zijn, ook naar jezelf. Vorm je dagelijks een beeld van het kind en wees consequent in je handelen naar het kind toe. Het ritme van dag, week en jaar is ook belangrijk voor de opbouw van het etherlichaam. Gewoontevormende dingen, dan hoef je bijna geen orde te houden.
Een gezond etherlichaam geeft tot op hoge leeftijd levenslust. De kracht en moed om je eigen dingen te doen.
Oorspronkelijk gepubliceerd in Driegonaal jrg, 37, nr.1 (februari 2021)