John Hogervorst

Staat en economie

Economische activiteit is geen opgave voor de staat maar voor ondernemers en hun medewerkers: die beschikken over ervaring, deskundigheid en innovatief vermogen, anders gezegd: over de kwaliteiten om de behoeften van de consument zo goed mogelijk te vervullen.
Het stellen van grenzen aan de economie is wél een opgave van de staat.

Aan wat voor grenzen kunnen we daarbij denken? Dat zijn bijvoorbeeld grenzen waarin bepaald wordt hoe wordt omgegaan met vraagstukken op het gebied van arbeidstijd en arbeidsduur, vakantie- en ziekteregeling, levensstandaard en daarmee verbonden hoogte van inkomens. Of regels die bepalen dat de schade die door economische activiteit aan het milieu wordt toegebracht, in de prijs van producten moet worden meegenomen.

Daarnaast is er nog een andere ‘begrenzing’ die vanuit de democratische staat aan de economie gesteld zou moeten worden, namelijk dat ondernemingen geen privébezit zijn. Zonder hijgende eigenaars/aandeelhouders in de nek, kan de ondernemer zich volledig richten op de kwaliteit van zijn organisatie en de kwaliteit van zijn product en daarmee op de behoefte van de eindgebruiker. Bovendien: hij kan gaan werken op basis van een duurzame, langetermijnstrategie.

Het feit dat de eigenaar/aandeelhouder op basis van het eigendomsrecht kan beïnvloeden dat een onderneming zich niet op de behoefte van de consument richt maar op zijn behoefte, is de aanjager van economie waarin eigenbelang ruim baan krijgt.